Bij de aanschaf van een beamer spelen een heel aantal zaken een rol voor een bepaalde keuze. Graag willen wij u helpen de juiste keuze te maken. Hiervoor leggen wij enkele veel voorkomende begrippen uit.
De resolutie is het aantal pixels. Hoe meer pixels, hoe scherpere beelden u kunt projecteren. Er bestaan verschillende resoluties, die elk met een naam worden aangeduid. Tegenwoordig is 1024 in de breedte bij 768 in de hoogte de meest gebruikte resolutie. Verder komt SVGA nog vaak voor, en we zien beamers met een SXGA+- en een WXGA-resolutie op de markt verschijnen. Ook bestaan er beamers die verschillende resoluties ondersteunen.
| Naam resolutie | Afkorting | Aantal beelpunten |
| Enhanced Graphics Adapter | EGA | 640x350 |
| Video Graphics Array |
VGA |
640x480 |
| Super Video Graphics Array | SVGA |
800x600 |
| Extended Graphics Array |
XGA | 1024x768 |
| Super eXtended Graphics Array |
SXGA | 1280x1024 |
| Super eXtended Graphics Array Plus |
SXGA+ | 1400x1050 |
| Wide eXtended Graphics Array | WXGA |
1280x720 |
| Ultra eXtended Graphics Array | UXGA | 1600x1200 |
TechniekLCD. Op de plaats waar in een diaprojector het diapositief zich bevindt (tussen lamp en projectielens dus) bevindt zich in de projector een klein LCD (Liquid Crystal Display), voorzien van een raster in de drie basiskleuren rood, groen en blauw. Door computermatige aansturing van de elementjes in dit kleine scherm wordt een transparant en dus projecteerbaar kleurenbeeld gegenereerd. Duurdere projectoren werken met drie LCD's, voor elke basiskleur één. De beelden worden bij de projectie tot één kleurenbeeld gemengd.
Voordeel LCD: afwezigheid van het "regenboogeffect" (zie DLP)
Nadeel LCD: het beter zichtbaar zijn van het raster tussen van de afzonderlijke LCD beeldpunten.
DLP. Een ander type projector, DLP (Digital Light Processing) genaamd, werkt niet met een LCD, maar met een DMD (Digital Micromirror Device), een chip waarop zich honderdduizenden microscopisch kleine spiegeltjes bevinden. Elk spiegeltje komt met een beeldpunt overeen. Het licht valt op deze spiegeltjes door een ronddraaiend kleurenwiel dat in drie segmenten is verdeeld: de drie
basiskleuren Rood-Groen-Blauw (RGB). Daardoor worden de spiegeltjes afwisselend in die kleuren belicht. Alle beeldpunten van het te projecteren beeld die de betreffende kleur hebben, klappen de overeenkomstige spiegeltjes om waardoor het licht in die kleur door de lens naar het scherm wordt geprojecteerd. Het kleurenwiel maakt vele omwentelingen per seconde en de spiegeltjes klappen in hetzelfde tempo of veelvoud ervan (tot enkele duizenden keren per seconde) ook telkens om als de juiste kleur een spiegeltje belicht. Het tempo bepaalt de helderheid van de betreffende kleur - tot 1024 helderheidsnuances. Door telkens de drie basiskleuren door hetzelfde spiegeltje af te beelden kunnen 16 miljoen kleurschakeringen worden gemaakt.
Dit type projector bestaat ook in (zeer kostbare) uitvoeringen met drie DMD's met elk een eigen kleurenfilter, dus zonder kleurenwiel. Deze methode geeft wel complete beelden in alle drie de RGB kleuren tegelijk en kan 35 triljoen kleurschakeringen produceren. Deze installaties vindt men in commerciële digitale bioscopen. Een gedetailleerde uitleg van de DLP-techniek vindt u op http://www.dlp.com/tech/what.aspx .
Nadeel DLP: DLP projectie met een enkele DMD en een kleurenwiel is dat een beeld niet als geheel wordt geprojecteerd maar telkens in opeenvolgende RGB kleuren. Mensen die hiervoor gevoelig zijn kunnen dit waarnemen als "regenboogeffect" (rainbow effect) als de ogen snel het beeld aftasten.
Voordelen DLP: grotere kleurgetrouwheid van het beeld en minder opvallende beeldpunten.
Bij projectie bepaalt de hoeveelheid licht die op het scherm valt mede de kwaliteit van het beeld. Dit gegeven speelt een belangrijke rol bij de keuze van de juiste beamer. De hoeveelheid licht wordt gemeten in ANSI Lumen. ANSI staat voor: American National Standard Institute. Lumen is een eenheid die de lichtstroom per tijdseenheid definieert. Om het aantal lumen voor een projector te bepalen, worden er verschillende lichtmetingen gedaan op het projectievlak bij een volledig wit signaal. Hoe hoger het aantal ANSI Lumen, hoe briljanter het beeld. Bij de keuze voor een aantal lumen speelt de gebruiksomgeving een rol. Is de beamer vooral actief in ruimte waar normaliter het licht wordt gedimd, de beamer op korte afstand van het scherm staat, of gordijnen dicht kunnen, dan kunt u prima met minder dan 2000 lumen uit de voeten. Wanneer u een beamer kiest met 3000 of meer lumen, dan kunt u ook vanaf grote afstand projecteren. Ook in vol daglicht is met zoveel vermogen een helder beeld mogelijk. Let ook op de verhouding tussen lumen en contrast: deze hangen nauw samen.
Ook het contrast is van belang bij de keuze voor de juiste beamer. Wat wilt u doen met uw projector? Teksten tonen op een scherm of eenvoudige PowerPoint-presentaties? Dan is een contrastverhouding van 400 op 1 wellicht al voldoende. Wilt u ook plaatjes, afbeeldingen en foto's tonen, dan wordt een contrast ratio van minimaal 500:1 aangeraden. Een hogere kwaliteit betekent meer kleurdiepte, een natuurgetrouwere weergave van uw beeldmateriaal. Heeft u een contrastratio van meer dan 1000:1 dan zit u in de top.
Wanneer u een hoge contrastratio heeft, is minder lichtsterkte nodig om toch een perfect beeld te kunnen projecteren. Andersom geldt dit natuurlijk ook. Wel bevelen wij eerder een hoge contrastratio aan dan een hoger aantal lumen: u kunt beter meer kleurdiepte dan helderheid hebben.
Voor zakelijke gebruikers die veel op pad zijn kan het gewicht ook een grote rol spelen: een kleine lichtgewicht beamer is immers veel makkelijker te hanteren en mee te nemen. Installeert u de beamer op een vaste locatie, dan hoeft dit geen overweging te zijn.
Sluit dit venster